Zaterdag 10 december 2006 heeft Anne Bollema een lezing gehouden bij Bonsaivereniging KOYA over de geschiedenis tot het heden van Bonsaischalen. Niet iedereen was hierbij aanwezig en menigeen heeft zoveel informatie gekregen dat de behoefte zal bestaan aan een kort naslagwerk. Hierbij een samenvatting van deze lezing met de belangrijkste zaken op 'n rijtje.

Geschiedenis
De geschiedenis start in China via de diverse tijdperken van de Sung, Guan- en Ming dynastie van 450 jaar na Christus tot rond 1644. In die periode werd veel ceramiek geproduceerd voor m.n gebruiksvoorwerpen en sieraden. Gek genoeg niet speciaal voor planten of überhaupt Bonsai.
Diverse streken of plaatsen in China hadden ook hun specifieke, eigen handelsmerk. Meestal vond dit zijn oorsprong op de manier waarop klei (het basis bestanddeel) werd gewonnen, opgeslagen of gebakken.

  • Canton (west China): Diepe potten in fraaie blauwe tinten;
  • Fukien-provincie: Beroemd om de handgemaakte, geglazuurde potten en vazen;
  • Nanban: veel porseleinen producten;
  • Nanking: Handelscentrum onder aansturing van de regering van wereldberoemd porselein.

Veel van de Japanse kunst vindt ook hier zijn oorsprong in China. Boeddhistische monniken importeerden dit van oudsher als zij kloosters in China hadden bezocht. Het dichten, schilderen en het maken van vliegers zijn daar voorbeelden van.
De Bonsaischalen zijn hierop geen uitzondering. Het merendeel van de schalen zijn dan ook getrouwe kopieën van de Chinese of komen uit China.

In het "Genroku-tijdperk" (1688 – 1704) en het begin Megi-tijdperk (1868 – 1912) werd er in Japan hoofdzakelijk gebruik gemaakt van de Chinese schalen. De Japanners hebben de volgende indeling gemaakt van geïmporteerde schalen:

  • Kowatari (old crossing): zeer oude import (100 tot 300 jaar terug);
  • Chuwatari of Nakawatari (middle crossing): oude import tot de 1ste Wereldoorlog (1912);
  • Shinto (new-crossing): nieuwe import vanaf de 1ste Wereldoorlog;
  • Shin – Shinto (new/new-crossing) nieuw/nieuwe import van na de 2de Wereldoorlog.

Ontwikkeling ovens in Japan
Zoals al eerder vermeld vindt veel van de Japanse kunst zijn oorsprong in China en werd rond 538 na Christus ook de primitieve vorm van pottenbakken door boeddhistische monniken geïmporteerd in Japan. Met name tussen 1400 – 1600 ontwikkelde diverse ovens in Tokoname, Shigaraki, Tanba, Bizen, Ezichen en Seto (dit alles binnen een straal van 130 km).
Een aantal van deze namen komen we zo af en toe tegen bij foto's van Bonsai waarbij iets over de schaal wordt vermeld. Namen en productiepercentages zijn:

  • Tokoname (60%);
  • Shigaraki (25%);
  • Overige (15%).

Verschillen tussen Chinese – en Japanse schalen
Als eerste is er een duidelijk verschil in signeren oftewel het stempel van de oven aan de onderkant van de schaal.
De Chinese stempel bestaat uit: het teken van de oven met daarachter het jaartal.
De Japanners doen het op allerlei manieren: als stempel of ingekraste naam van de maker of beiden.

Ten tweede is er een significant verschil in het gebruik van het basisproduct: klei.
De Chinezen kennen van oudsher hun geheime recepten met altijd dezelfde klei. Vaak heeft men een voorraad 'voor het leven'. Dus worden alle potten decennia lang uit dezelfde kleisoort gefabriceerd.

De Japanners daarentegen laten de klei uit verschillende winningsgebieden komen waardoor de samenstelling en kleur per productie kan afwijken.

Als laatste is daar nog het verschil in de productie. De Chinees maakt een schaal met alleen een binnenmal. De buitenkant wordt geheel handmatig opgebracht. De buitenkant kent door dit handwerk altijd kleine verschillen of oneffenheden. Het eindresultaat krijgt daardoor een zgn. ziel.
De Japanner werkt met zowel een binnen- als een buitenmal. Hierdoor is op zowel de binnen- als de buitenkant geen enkele oneffenheid te bespeuren.

Vormen en stijlen
We maken hier onderscheidt in 2 stijlen:

  • Formeel (rechte stam);
  • Informeel (licht gebogen of hellende stam).

Ook de uitstraling van de boom kent 2 vormen:

  • Stoer (dikke knoestige stam, een duidelijk zichtbare wortelpartij, dikke hoekige takken);
  • Licht: (elegante takken, mindere wortelpartij).

Leidraad bij keuze van de schaal op vorm/uitstraling

Vorm/uitstraling

Stoer

Licht

Stijl

Formeel

- rechthoekig of vierkant

- vlakke rechte kanten

- rechte lijnen aan boven- en onderkant

- pictureframes in zijvlakken (mogelijk bij bv. driftwoord)

- duidelijk zichtbare bovenrand

- ronde bovenrand

- rechte of ronde hoeken

- opvallende voeten, duidelijk aanwezig (bv. wolken of langgerekt).

- ovaal of rond

- vlakke recht opgaande kanten

- onopvallende voeten.

Informeel

- rechthoekig, vierkant, bloemblad, zeskant, achtkant, rond en ovaal

- ronde zijden naar binnen neigend aan boven- en onderkant

- rechtopgaande zijden met licht naar buiten neigende bovenrand

- holle zijden – boven en onderkant naar buiten neigend

- sterk naar buiten neigende bovenrand

- ronde bovenrand

- opvallende voeten, (bv. wolken of andere decoratieve vormen).

- ovaal, rond en vrije vormen


-
holle zijkanten aan de bovenkant naar buiten neigend

- sterk naar buiten neigende bovenkant smalle basis (onderkant)

- onopvallende voeten

- naar buiten neigende voeten met of zonder opvallende decoratie

- puntige voeten (geven een licht, lyrisch of harmonisch karakter).

 


Er zijn ook hier wel een aantal richtlijnen te geven maar het blijft uiteindelijk ook een kwestie van smaak. Het doel zal altijd zijn om een maximum aan kijkgenot te creëren.
Neem minimaal de volgende zaken in acht:

  • Vorm eerst de Bonsai en kies dan pas de juiste schaal;
  • Plaats de boom in de juiste positie en zorg ervoor dat de schaal het geheel vervolmaakt;
  • Leg een voorraadje goede schalen aan om een juiste keuze te kunnen maken;
  • Controleer de schaal op voldoende drainagegaten;
  • Een schaal mag van binnen niet geglazuurd zijn en als het enigszins kan, vorstbestendig;
  • De schaal mag doorgaans niet overheersen;
  • Het beeld van de boom is en blijft het belangrijkste;
  • Om de boom in goede energieke conditie te houden moet de grote en diepte van de schaal toereikend zijn voor wat de soort vraagt;
    • Een Wilg, Els of Moeras cipres gedijen bv. goed in een ondiepe schaal.
    • Bomen die over het algemeen diep wortelen en bloeiend fruit, bv. Ulmus, Quercus doen het beter in een diepe schaal.

Wat te doen bij twijfel
De juiste schaalkeuze blijft toch altijd weer een kwestie van smaak. Bij twijfel kun je ook je 'collega's' om raad vragen of kies voor een minder opvallende schaal. De kunst is niet alleen het vormen van een Bonsai maar vooral het creëren van een harmonisch geheel van een Bonsai in schaal.

Leidraad bij keuze van de schaal op Bonsaistijl

Stijl

Geschikt

Minder geschikt

Formeel rechtop

- ondiep tot gemiddeld, rechthoekig of ovaal

- ondiep, ovaal (onregelmatig)

- ondiep, rond, vierkant, rond (onregelmatig)

Informeel rechtop

- ondiep tot gemiddeld, rechthoekig of ovaal

- ondiep, ovaal (onregelmatig)

- ondiep, vierkant, zeskant, achtkant

Hellend

- ondiep tot gemiddeld, rechthoekig of ovaal

- ondiep tot gemiddeld, ovaal (onregelmatig)

- ondiep, vierkant, zeskant, achtkant

Semi cascade

- gemiddeld diep, rond, vierkant, zeskant of achtkant

- gemiddeld diep, rond (onregelmatig)

- diep rond, vierkant, zeskant of achtkant

- ondiep tot gemiddeld, rechthoekig, ovaal of vrije vorm

Cascade

- diep, rond, vierkant, zeskant, achtkant

- gemiddeld diep, rond, vierkant, zeskant of achtkant

Windgestriemd

- platte steen of rots

- ondiep ovaal of rechthoekig

- ondiep, rond, vierkant, zeskant of achtkant

Literati

- ondiep tot gemiddeld diep, rond of vrije vorm, vierkant, zeskant of achtkant

- ondiep ovaal of rechthoekig

Tweestam

- ondiep tot gemiddeld, ovaal of rechthoek

- ondiep tot gemiddeld, rond of vierkant

Klompstijl
(meerstam)

- ondiep tot gemiddeld, rond, vierkant, zeskant, achtkant, bloemblad, vrije vorm

- platte steen of rots

- ondiep, rechthoekig of ovaal

- diep, rond, vierkant, zeskant of achtkant

Vlotstijl

(recht of kronkel)

- ondiep ovaal, rechthoekig, vrije vorm

- platte steen of rots

Groepsbeplanting

> 3 bomen

- ondiep ovaal, rechthoekig of vrije vorm

- platte steen of rots

Wortels over rots & bonsai op rots

- ondiep rechthoekig of ovaal

- rots op houten schijf met gaten of suiban

Landschap

- ondiep ovaal of rechthoekig

Schaal kiezen; al of niet geglazuurd en nog erger: welke kleur?
Naaldachtigen en coniferen worden veelal in ongeglazuurde schalen geplaatst. Deze zijn minder opvallend en zodoende meer in harmonie met dit type boom.
Voor de overige bomen geldt dat een kleur wordt gekozen afhankelijk van bv. bast, bladeren, bloemen of fruit. Ook het favoriete seizoen kan hierbij een rol spelen.

Leidraad bij keuze van de schaal op kleur

Bladverliezend met delicaat gevoel of zilverachtige bast

- zacht grijs (on- en geglazuurd), zeegroen geglazuurd

Blauw

- mat rood, mat geel, wit, ivoor wit, staalgroen

Groenblijvende coniferen & naaldbomen

- bruin, roodachtig, paarsachtig of grijs ongeglazuurd

- zwart of mat wit kan in enkele gevallen worden gebruikt

Geel

- donker groen, blauw zeegroen, ivoor wit of donker ongeglazuurd

Juniperus (vooral met grote loofpartijen en een rood-achtige bast of mogelijk driftwood)

- Terracotta ongeglazuurd

Oranje

- donker bruin of paarsachtig ongeglazuurd, groen ongeglazuurd

Paars

- licht groen (donker groen in geval van licht paars, zeegroen, geelachtig wit of mat bruin)

Rood

- licht en donker blauw, licht en donker groen, mat gepatineerd wit

Roze

- blauw, groen, wit of ivoor wit

Treurvorm

- wit of ivoor wit (speciaal in de zomer)

Geraadpleegde literatuurlijst:

  • John Naka
  • Deborha Koreshoff
  • Anne Swinton
  • Horst Daute
  • Koide/Kato/Takeyama
  • Paul Lesniewicz.

Presentatie: Anne Bollema
Verslag: Paul Wolters.

Laatst aangepast (dinsdag, 21 juli 2009 19:52)