Vermeerderingstechnieken
We bespreken hier de verschillende wijzen waarop je aan een bonsai kan komen. Een paar methodes vragen een wat langere tijd. Zelfs 10 tot 15 jaar, voor een boom in de grotere maten. Je bent ondertussen wel creatief bezig en je hebt de voldoening van een volledig eigen werkstuk.
Een bonsai of prebonsai kopenDit is ongetwijfeld de snelste methode. Je kan onmiddellijk aan de slag. Kwaliteitsbonsai's zijn prijzig. Blijf als beginneling bij gemakkelijk te verzorgen en goedkopere bomen. Zo doe je ervaring op en een fout is geen ramp. Rechtop (chokkan), gebogen opgaand (moyogi) en bezem (hokidachi) zijn de meest aangeraden vormen voor beginners. Voor je een boom koopt let je op:
Wortelaanzet
- Verschillende (liefst 5 of meer) ongeveer even dikke wortels in alle richtingen verspreid. Geen verwrongen uit de grond komende, knobbelige wortels. Zie je geen wortels: probeer ze te voelen in de grond. Liever een boom kopen zonder zichtbare wortels dan een met een “knobbelknots”.
- Het is gemakkelijker en voor de boom minder stresserend beter geplaatste wortels bij te kweken, dan te moeten vaststellen dat levensnoodzakelijke wortels uit de “knobbel” vertrekken en deze dus niet verwijderd kunnen worden.
- Goed taps, kaarsrecht of harmonisch gebogen bochten, naar boven steeds kleiner. Geen kurkentrekkerspiraal.
- Dikte: Takaanzet 1/3 van de stamdikte. Dus, samen met de stam, naar boven toe steeds fijner.
- Plaats:
-
- Bij rechte boom: Spiraalsgewijze rond de stam. Geen takken recht naar voor (moeten weg, er blijft een lidteken).
- Liever te veel takken dan te weinig.
- Bij gebogen boom: takken op de buitenbocht.
- Bij bezem: veel takken, ongeveer even dik. Niet door elkaar groeiend of nog te corrigeren met bedrading.
Je zal, zeker in de goedkopere prijsklasse, de ideale boom, die volledig aan de voorwaarden voldoet niet vinden. Kies toch een boom die een aantal kwaliteiten benadert maar geen echt onverbeterlijke fouten heeft. Kies vooral een boom die je ‘raakt’.
Een eerste boom is dikwijls gekregen of gekocht zonder aan kwaliteiten te denken. Toch krijgt men met die boom een speciale band. Zo kunnen veel gerenommeerde schrijvers van bonsai boeken of bezitters van een bonsai-site het niet laten een eerste boompje af te beelden, al hebben ze het nooit tot goede kwaliteit kunnen vormen.
Dit was de snelste manier om aan een Bonsai te komen maar de volgende methoden vergen nog meer tijd maar gevenverreweg de meeste voldoening.
- zaaien
- stekken
- kopen van een (container)plant
- een boom uit de natuur (yamadori)
- marcotteren.
Zaaien
Zaaien is de meest natuurlijke methode om een nieuwe plant te verkrijgen. Vooral in de herfst kan je zaden verzamelen. Je kan ook zaden kopen bij gespecialiseerde bedrijven (prijzig), maar soms worden zaden van courante bonsais in de gewone handel aangeboden.
Enkele tips bij het verzamelen:
- Observeer de ouderplanten. Als ze in jouw buurt groeien kan je ze een heel seizoen (en zelfs over jaren) volgen en bepalen welke ouderplant je kiest.
- Er is altijd meer kans, geen zekerheid, dat een goede eigenschap voorkomt bij een zaailing afkomstig van een boom met deze eigenschap (middels stekken en enten nemen immers alle eigenschappen mee).
- Een voorbeeld geeft goed weer wat ik bedoel: de Veldesdoorn, Acer campestre. Er zijn exemplaren met vrij groot blad, lange internodiën, egaal groen uitlopend, gevoelig voor witziekte; maar ook bomen die donkerroze uitlopen, rood aanlopende vruchten hebben, of kleiner blad en kortere internodiën, of met meer weerstand tegen ziekte.
Sommige bomen verenigen meerdere positieve eigenschappen voor bonsai en hebben dus de voorkeur als ouderplant. Cultuurvariëteiten zijn meestal niet soortecht (eigenschappen komen niet terug). - Vraag zo nodig toestemming aan de eigenaar.
- Zelfs in streng gereglementeerde botanische parken krijg je soms wel toelating mits goede motivatie.
- Neem voldoende zaad, meestal is het in overvloed beschikbaar. Later kan je uit meer zaailingen selecteren op gunstige eigenschappen.
- Neem zaad zodra het rijp is (als de eerste niet zieke zaden vallen).
- Pluk het zo mogelijk zelf: je weet van welke plant het komt en er is minder kans op vervuiling en ziektekiemen.
- Bewaar het zaad in goede omstandigheden.
- Dat kan per soort nogal verschillen, maar bewaren in niet te vochtig zand, buiten op beschutte plaats, is meestal goed. Bescherm tegen ongedierte (muizen!) en vogels. Ook onderin de koelkast kan je zaad bewaren.
Gebruik speciale zaai- en stekgrond, of gewone potgrond gemengd met een gelijk deel zand. Je kan afdekken met een glasplaat. Kleine bakjes kan je in een doorschijnende plastiekzak zetten.
Bovenaan even omslaan en sluiten met een knijper. Bescherm zo nodig tegen scharrelende vogels.
Zaaidiepte: bedekken met een laagje zand ter dikte van de zaden. Zaai niet te dicht op elkaar en houd de grond matig vochtig.
Zodra de jonge plantjes enkele blaadjes hebben kun je ze verplanten (verspenen) in potjes, volle grond, of in ruime bakken op voldoende afstand (10-15 cm van elkaar). Hebben ze al voldoende zijworteltjes dan kan je reeds de penwortel wegnemen of inkorten. Zo mogelijk de zijwortels reeds spreiden. Laat de jonge planten het verdere seizoen goed doorgroeien.
Bemest ze na enkele weken als ze flink aan de groei zijn. In de vakhandel kan je ook eenjarige zaailingen kopen van courante boomsoorten.
Stekken
Veel planten laten zich door stekken vermeerderen. De stek is een deeltje van de ouderplant dat los ervan een eigen leven gaat leiden. Al de genetische kenmerken blijven aanwezig. We kennen dus op voorhand de eigenschappen van de nieuwe plant.
Meestal nemen we de stekken in de winter. We gaan dan uit van verhoute twijgen. Een ent heeft minstens drie ogen. We knippen de stek bovenaan af, iets boven een knop. De wond kunnen we om uitdrogen tegen te gaan met entbalsem afdekken. Zo kunnen we ons ook niet vergissen wat nu de boven- of onderkant is van klaargemaakte stekken.
Onderaan snijden we de ent juist onder een knop met een scherpe schaar schuin af. Zo hebben we een groter groeioppervlak voor de jonge wortels. Neem voldoende stekken, je hebt later dan meer keuze alleen goed gewortelde stekken over te houden. Sommige plantensoorten wortelen zo gemakkelijk dat je bij elke snoeibeurt stekken kunt nemen. Je verliest niets met dit te proberen.
We plaatsen de stekken op een beschutte plaats in matig vochtig zand. Zo kan zich callus (wondweefsel) vormen. Van daaruit groeien later de jonge wortels. In de vroege lente plaatsen we de stekken in potjes, in volle grond of in een stekbak (= zoals zaaibak) op voldoende afstand van elkaar. Vooraf kunnen we de stekken onderaan in een groeistimulans drukken (groeihormoon in poeder) of even in een vloeibaar product plaatsen (Superthrive of Biogold Vital).
Met een potlooddik stokje maken we een gaatje in de grond, plaatsen de stek erin en drukken de grond goed aan.
We beginnen te bemesten zodra de stekken scheuten hebben gevormd en goed aan de groei zijn. We verplanten na de winter op een geschikte plaats.
Kopen van (container)plant
Minder kostbaar is het om als basismateriaal te starten met een container plant. Bij de aanschaf hiervan moet men nagaan of de plant in kwestie de potentie heeft om een bonsai te worden.
Zaken waar je goed op moet letten bij aanschaf van een container plant maar ook bij het uitgraven zijn:
- Is de stam taps toelopend?
- Zijn er voldoende takken en zitten ze op de goede plaats om na snoei en vorming de indruk te geven een volwassen boom te zijn?
- Is er een goede wortelaanzet en is de afstand tussen de onderste tak en de wortelaanzet niet te groot?
- Als beginner komt het maar al te vaak voor dat er een soort verzamelwoede ontstaat van allerlei planten en bomen.
- Vaak blijkt na enige jaren dat het merendeel niet geschikt is voor bonsai om reden dat men de hiervoor genoemde regels niet in acht heeft genomen.
Probeer dit te voorkomen door kritisch te zijn.
Een boom uit de natuur
Bij het verzamelen uit het wild is het raadzaam om jong materiaal te selecteren om reden dat daarbij met behulp van vorming nog het een en ander gecorrigeerd kan worden.
Het voor- en najaar zijn hiervoor de meest geschikte tijdstippen. De Japanners noemen dit yamadori.
Het verzamelen op deze wijze vergt enige voorzorg. Als gereedschap zijn minimaal een schep(je), een scherp mes en een snoeischaar nodig. Verder doe je er goed aan vochtig sphagnum en plasticzakken bij je te hebben om te voorkomen dat de wortelkluit tijdens het vervoer uitdroogt.
Afhankelijk van de vorm kan deze thuis op schaal of pot worden gezet, maar beter is wellicht de boom eerst nog in de volle grond te zetten.
Om redelijk snel een dikke stam te kweken kan je jonge bomen en stekken beter een paar jaar in de volle grond plaatsen.
Enkele tips:
- Ga voor het opgraven na in welke richting de wortels vermoedelijk lopen.
- Kort lange takken in.
- Graaf de wortels op met kluit en al.
- Snijd de dikke wortels zo door dat ze niet buiten de kluit uitsteken.
- Verpak de kluit degelijk, om uitdroging te voorkomen.
- Het verdient aanbeveling om een boom eerst in de tuin in te graven of in een ruime, gewone bloempot te plaatsen om hem de gelegenheid te geven te wennen aan de veranderde omstandigheden.
- Wanneer de boom beschikt over een groot aantal fijnere wortels, verwijder dan de oorspronkelijke grond.
- Snoei de wortels zodanig dat de boom in de pot past.
Om de een of twee jaar graven we de boom op en snoeien de wortels terug. Dit moet zodanig gebeuren dat zodra de stam dik genoeg is de wortelkluit in de pot past. Gedurende de groeiperiode knip en vorm je de boom vast in de stijl of vorm die je voor ogen hebt.
Marcotteren
Kenmerkend voor marcotteren is dat de toekomstige nieuwe plant (voorlopig) aan de oude plant (moederplant) blijft zitten. Marcotteren heeft overeenkomsten met afleggen, zij het dat bij marcotteren in plaats van grond sphagnum, vochtig mos of watten wordt gebruikt.
Om beworteling te verkrijgen wordt de bast van de plant onder een knop, blad of bladpaar verwijderd.
Het blad aan de stengel, direct boven de verwonding, wordt op de bladsteel doorgeknipt.
Vervolgens wordt het plantpotje aan een zijde doormidden geknipt. De grootte van de bloempot is afhankelijk van de dikte van de stengel van de plant: voor een dikke stengel een grote pot, voor een dunne stengel een klein potje. Het gat onder in de bloempot moet worden aangepast aan de dikte van de stengel. Het gat moet iets ruimer zijn dan de dikte van de stengel, zodat de stengel niet bekneld raakt. Voor wie dit allemaal te veel is; gebruik plastic en wikkel dit rondom de plaats waar gemarcotteerd is.
Rondom de verwonding wordt vochtig sphagnum, vochtig mos of vochtig gemaakte watten aangebracht. Het bloempotje wordt er omheen gedaan en met touw of dun ijzerdraad samengebonden.
Ikzelf dek (ter voorkoming van vochtverdamping) het potje af met een stukje plastic.
Regelmatig water geven, zowel de moederplant en de toekomstige nieuwe plant in het potje is de enige verzorging die nodig is.
Na acht tot twaalf weken het potje voorzichtig losmaken en controleren of er al voldoende wortels zijn gevormd. Is dit het geval, dan wordt de scheut losgeknipt van de moederplant (uiteraard doorknippen onder de nieuw gevormde wortels). De nieuwe plant kan nu in pot worden gezet.
Als grond gebruik je potgrond. De moederplant zal vanuit de bladoksels (aan het stengeldeel onder de afgeknipte top) weer nieuwe uitlopers vormen.
Auteur: Ivan Faelens
Aanmaak datum: 28 maart 2003
Laatst aangepast (donderdag, 24 december 2009 20:31)


