Vooraf
Helaas krijgt iedere Bonsaiïst te maken met aandoeningen die de bomen aantasten of zelfs laten dood gaan. Op de diverse Bonsaiforums is dit dagelijkse gespreksstof.
Omdat voorkomen nog altijd beter is dan genezen heb ik deze pagina speciaal aan deze aandoeningen gewijd.

Hier volgen eerst wat tips om zoveel mogelijk te voorkomen dat de bomen of struiken te maken krijgen met ziektes of plagen. Lees dit eerst eens goed door en kijk of je planten aan al deze voorwaarden voldoen.
Heb je er alles aan gedaan en krijg er alsnog mee te maken dan heb ik een tabel gemaakt met de meest voorkomende ziekten, insecten en plagen.

Tip: Probeer ter bestrijding altijd als eerste de alternatieve middelen. Lukt dit niet stap dan over op de natuurlijke middelen. Chemische bestrijdingsmiddelen gebruik je pas als laatste redmiddel!

Hoe voorkom je plagen?

  • Probeer planten die keer op keer last van plagen krijgen niet ten koste van alles te redden.
  • De meeste planten reageren niet goed op tocht en krijgen dan luizen. Spint gedijt goed in een oververwarmde en droge kamer. De thermostaat overdag op 18 tot 20 graden en 's nachts op 12 graden helpt.
  • Plagen hebben een voorkeur voor planten die uit hun krachten zijn gegroeid, slap en ondervoed zijn of juist overbemest. In het voorjaar moeten de meeste planten dan ook worden gesnoeid: de slappe bleke winterscheuten worden weggenomen en moeten alle planten, behalve cactussen, worden verpot.
  • Planten die ertegen kunnen, knappen vaak op als ze een poos buiten mogen staan. Ze groeien dan over de luizen, trips of spint heen.
  • Controleer planten regelmatig op ongedierte. Knip, zodra u beestjes ziet, de aangetaste delen af, en geef ze mee met de biobak. Gooi ze niet op de composthoop, want dan kan de ziekte overslaan naar planten in de tuin.
  • Sommige plagen, zoals spint, zijn nooit helemaal weg te krijgen, maar goed verzorgde planten gaan er niet dood van.
  • En let er bij de aankoop van planten op dat de plant er gezond uitziet en niet overbemest (bleek en uitgegroeid) is.

Hoe herken je plagen?

Kleverige bladeren duiden op luizen en trips (zeer kleine, langwerpige, zwart-wit gestreepte beestjes) en veroorzaakt een zilverachtige glans aan de bovenzijde van het blad. Door spint, hele kleine spinnetjes die u met het blote oog nauwelijks kunt zien, verliezen planten hun blad. Dopluis, witte vlieg, wolluis en schildluis hebben een hard schild dat hen beschermt tegen een aantal bestrijdingsmiddelen.

Hoe bestrijdt je een plaag?

Huismiddeltjes
Planten met trips, wolluis, spint of luis kunnen worden afgesproeid met een vrij stevige straal lauwwarm water uit de handdouche. Vergeet de onderkant van de bladeren niet en doe eerst een plastic zak om de stengel en de pot, anders spoelt de aarde weg. Dopluis en wolluis kan worden bestreden door ze aan te stippen met een penseeltje onverdunde spiritus of minerale, niet-plantaardige olie.
Het bekende zeep-spiritusmengsel heeft maar weinig effect. Ook gaan de planten ervan kleven, zodat ze met schoon water moeten worden nagespoeld
.


Middelen op basis van organische vetzuren
Hebben huismiddeltjes niet voldoende effect, gebruik dan middelen op basis van organische vetzuren en/of zwavel of paraffine-olie. Ze zijn verkrijgbaar bij tuinzaken en vaak bij drogisterijen en supermarkten. Ze werken beter dan de huismiddeltjes en ze zijn veilig voor uw planten. U moet de plant overvloedig met deze middelen behandelen, zodat het plaagdier helemaal wordt doordrenkt. Middelen op basis van paraffine-olie lossen het harde schild van wolluis, schildluis, dopluis en spint op.


Chemische bestrijdingsmiddelen
Als u besluit om chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken, dan zijn plantenpijltjes de meest selectieve methode om luis, trips of spint te bestrijden. U zet het pijltje in de pot en zorgt voor vochtige grond. Het voordeel van pijltjes boven bijvoorbeeld spuitbussen is dat alleen beesten die van de plant eten worden gedood.
Het besproeien van kamerplanten met een chemisch bestrijdingsmiddel kan beter buiten gebeuren. Zorg er wel voor dat nuttige insecten niet aanraking komen met het middel en dat het middel niet in de sloot of vijver terechtkomt.

Naam Uiterlijke kenmerken Behandeling Alternatief

Meeldauwziekte1

Meeldauw is een schimmel die op het blad leeft (hoewel alle organen aangetast kunnen worden) doch de speciale zuigorganen, haustoriën genaamd, dringen door in de bladcellen om daar de voedingsstoffen uit te halen die nodig zijn voor hun ontwikkeling. De door meeldauw aangetaste delen groeien slecht uit en worden misvormd. De bloemen geven geen vruchten en de bladeren krullen om en verdrogen. Aangetaste jonge scheuten sterven af evenals de kelkbladeren van de bloemen. De schade die meeldauw kan veroorzaken is niet gering.

Om meeldauw te beperken moet men voortdurend aandacht hebben voor het volgende:

- Een open kroon snoeien.
Bij wintersnoei de uiteinden van de scheuten zoveel mogelijk wegsnoeien.

· Het hebben van een goed werkende drainage.

· Voldoende vocht in de zomer, om de groei-kracht te bevorderen.

· Extra bemesting, om de groeikracht te bevorderen.

· Regelmatig inspecteren en aangetaste scheuten en of bloemen verwijderen.

· In de winter besmette knoppen (muizenoor-stadium) verwijderen.

Wekelijkse bespuiting met

melk houdt de aantasting van echte meeldauw even goed onder controle als bespuiting met synthetische gewasbeschermingsmiddelen.

Niet alleen is melk een goede gewasbescherming, maar ook een goede bladvoeding die het immuunsysteem van de plant verbetert.

Roetdauwziekte2

Bladluizen hebben een voorkeur voor jonge loten. De tere bladeren en knoppen worden aangetast door kolonies bladluizen. Ze voeden zich door het sap uit de plant te zuigen. Bladeren gaan krullen en knoppen verwelken. Op de suikerhoudende afscheiding van de luizen (honingdauw) vestigen zich later zwarte schimmels (roetdauw). Essentieel voor het voorkomen van bladluisaantastingen is een evenwichtige plantenvoeding. Trieste jonge plantjes die niet willen groeien, worden door de bladluizen netjes weggeruimd. Maar ook overmatig bemeste exemplaren krijgen een speciale aantrekkingskracht voor de luizen. Planten met een kaliumgebrek trekken ook luizen aan, evenals planten met een tijdelijk water te kort. Als plantversterkende middelen zouden heermoes aftreksel en in minder mate zeewierextracten en gesteentemeel een werking hebben. Houtasse zou een effect kunnen hebben bij kaliumtekort.

Oost - Indische kers trekt zwarte luis aan: daarom wordt de plant vaak als vangplant voor de bladluizen ingezet.

Om lichte aantastingen in toom te houden, worden herhaalde bespuitingen met plantenaftreksels aanbevolen. Brandnetelaftreksel is het klassiek gekende middel, dat echter slechts een matige werking heeft. Door toevoegen van zeep kan men het resultaat iets verbeteren. Herhaaldelijk de planten afspuiten met een krachtige waterstraal helpt ook, maar kan de plant beschadigen. Verder wordt er met oplossingen van bruine of groene zeep gespoten. De werking van al deze middelen is niet geheel voorspelbaar; in elk geval moeten ze regelmatig herhaald worden.
Bij een zwaardere aantasting gebruikt men zo nodig plantaardige insecticiden zoals pyrethrum, derris of kwassia, die echter ook de natuurlijke vijanden doden. Tabak aftreksel (nicotine) is gevaarlijk voor de mens, en dus helemaal uit den boze. Evenmin aan te raden is een combinatie van zeep met alcohol. In geval van nood neemt men dus nog best uw toevlucht tot pyrethrum, derris of kwassia.

Bladschimmelziekte3

ziekte4

ziekte5

De schimmel openbaart zich vooral aan of nabij de top van één of meer scheuten. Opvallend is dat vooral jong, nog niet geheel volgroeid blad wordt aangetast. Zelden volgroeide bladen. De eerste fase van aantasting uit zich in bobbelig blad.

De schimmel op het blad uit zich in een wit-grijzige waas over (delen van) het blad. Het blad begint zich in deze fase naar binnen te krullen. Wanneer het blad nat is of wordt gemaakt, voelt de schimmel over het blad heel glibberig aan. Wanneer niets aan de bestrijding van de schimmel-aantasting wordt gedaan, dan begint het blad vanuit de randen zwart te worden. Deze fase wordt 'smeulen' genoemd. Langzaam maar zeker verdwijnt het blad geheel. Bespuit zo snel mogelijk de scheuten, waarop de aantasting zichtbaar is met Vital (Ecostyle).

 

Een bespuiting met Sulphon (Ecostyle) of Exact Vloeibaar (Bayer) is nodig. Herhaal de bespuiting om de week.

 

In deze fase moet of het blad worden verwijderd of worden gespoten met Sulphon (Ecostyle) of Exact Vloeibaar (Bayer).

Dit zijn wel de meest algemene en misschien ook de vervelendste insecten voor heel veel planten. f bloemknop. Kan weinig kwaad, eentje - maar haalt men de planten in 't najaar binnen, dan kan 't soms in een paar weken gebeurd zijn: grote bladluiskolonies teisteren de bladeren, die verkrommen en afvallen, terwijl een kleverige laag zich vormt onder de overwinterende planten, nl. door honingdauw die de luizen uitscheiden. Bladeren die met deze suikerhoudende vloeistof zijn overdekt, trekken bovendien een zwarte schimmel aan, die hiervan leeft: sterroetdauw. De schimmel doet op zich weinig met de bladeren, maar zorgt voor verduistering zodat ze hun werk, de fotochemische assimilatie van kooldioxide naar zuurstof, niet meer kunnen doen en afsterven.

Bestrijden met een middel uit de vakhandel (meestal chemisch) of een biologisch verantwoord bestrijdingsmiddel.

Verlies geen tijd: je plant lijdt ernstig schade.

De plant kan hooguit behandeld worden met zeepsop en spiritus (wat een boel geknoei geeft in een vensterbank, en meestal niet echt goed helpt). Het komt er vaak op neer, dat met de hand wegvegen van de bladluizen nog het meest efficiënt werkt, vooral als men er op tijd bij is. Maar tegen het voorjaar, als alles weer gaat groeien, loopt 't vaak toch nog behoorlijk uit de hand; vaak groeien de luizenkolonies nog net iets harder dan de planten.

Schildluisziekte6 Schildluizen zijn insecten, die afgedekt zijn met een hard schild. Dit schild is op de plant het enige zichtbare deel van het insect. Bij schildluizen kan het schild van het lichaam worden gescheiden, in tegenstelling tot dopluizen waar het schild met het lichaam vergroeid is. Schildluizen zuigen plantensappen. Hierdoor ontstaat cosmetische schade, maar vaak vindt er ook groeivermindering plaats. Schildluizen scheiden in tegenstelling tot dopluizen geen honingdauw af.
http://www.bayergarden.nl of bestijden met Atmiere dat door de boom wordt opgenomen (€ 20 voor 5 gram). Schildluis is heel hardnekkig en de milieuvriendelijke oplossing is de luis aan stippen met een wattenstokje gedrenkt in spiritus, waarbij je dan op moet letten niet de plant te raken want die wordt er lelijk van.
Spuugbeestje/
Schuimcicade
ziekte8
Aan de stengels en de bladeren zijn slijmachtige schuimhoopjes zichtbaar. In deze hoopjes bevindt zich de larve van het schuimbeestje, die door het inblazen van lucht in de door hen geproduceerde eiwithoudende (niet-gebonden) mesthoopjes het zogenoemde koekoeksspeeksel produceert. Deze 'schuimwoningen' treden voornamelijk in het voorjaar en in het begin van de zomer op. Deze zorgen voor bescherming tegen sommige parasieten en tegen uitdroging van de larven.
Schuimbeestjes zuigen aan de kruidachtige plantendelen, zodat deze misvormen (vergroeien) en in hun groei belemmerd worden.
Bestrijden gaat nog het beste door enige afschuw te overwinnen en de beestjes met de hand te lijf te gaan. Een greep met duim en vinger in het spuugkwakje, en een grasgroen of donkerrood beestje tracht zich langs de plantenstengel uit de voeten te maken - even tussen duim en vinger zien te vangen en platknijpen. Dat scheelt weer een gekromde plantenscheut.
Ik heb wel eens gelezen dat de schade die deze insecten aanrichten minimaal zou zijn - mogelijk doordat er nooit honderden tegelijk op een plant zitten. Maar naar mijn ervaring zijn de vervormingen zeker niet te verwaarlozen. Planten die zo mishandeld zijn, willen ook niet goed bloeien, het duurt lang voor de misvormde scheuten zich herstellen en knoppen kunnen vormen. Toppen is bij duidelijke beschadiging meestal het beste.
Wollige dopluisziekte9 Wollige dopluizen zuigen plantensappen. Hierdoor ontstaat cosmetische schade, maar er vindt vaak ook groeivermindering plaats. Wollige dopluizen scheiden honingdauw af. Honingdauw zorgt ervoor dat de planten en bomen erg "plakken". Bovendien kan in de honingdauw de roet dauwschimmel gaan groeien, waardoor de bladeren zwart worden. Wollige dopluiskomt het meest buiten voor op bomen en struiken, maar kan ook op kuipplanten voorkomen. Jonge stadia zijn plat, geel-groen of bruin-groen van kleur en lijken sterk op jonge dopluis. Volwassen stadia maken een witte eimassa; dit in tegenstelling tot dopluis. Met de hand de wolluis plukken, wegwrijven (bijna ondoenbaar).

Bestrijden met Undeen (merk Bayer) - actieve stof is propoxur - opletten is schadelijk voor bijen en hommels.

Als professionele tuinier kan je ook Mitac (actieve stof amitraz) kiezen dat zeer afdoende werkt.
Het succes van de chemische bestijding hangt af van het tijdstip van de behandeling:
  • tijdens de fase van het afgelegde witte eiaflegsels is een bestrijding zinloos.
  • het is vanaf juli dat de eieren opengaan en de jonge larven de witte coccon gaan verlaten. In dit stadium kan je met een behandeling goede resulaten behalen. De larven zijn kleiner dan 1 mm (zitten aan de onderzijde van het blad) en goed waarneembaar langs de randen van de bladnerven. In deze fase zijn ze zeer bewegelijk en kunnen ze makkelijk met de wind worden meegevoerd om andere planten aan te tasten.

Wolluisziekte10 Wolluizen zijn ovale, vrij platte insecten bedekt met een laag witte wasdraden. De rand van hun lichaam is bezet met wat dikkere wasdraden. Ze zuigen plantensappen zuigen. Hierdoor ontstaat cosmetische schade, maar er vindt vaak ook vermindering van groei en misvorming van het blad plaats. Wolluizen scheiden honingdauw af. Honingdauw zorgt ervoor dat de planten erg "plakken". Bovendien kan in de honingdauw de roetdauwschimmel gaan groeien, waardoor de bladeren zwart worden. Vrouwelijke wolluizen zijn ongevleugeld, de mannetjes gevleugeld. Smeer met een verfborstel de grote plekken met wollige bloedluis in met plantaardige frituurolie. De wolluizen stikken hieronder.
Probeer schuilplaatsen voor oorwormen in je boom te maken. Oorwormen zijn dol op bladluizen en wolluizen.
Volgend voorjaar (mei) oost-indische kers (Tropaeolum peltophorum) zaaien onder je bomen. Dit zou een afwerend effect hebben op de wollige bloedluis
Dopluisziekte11 Dopluizen zuigen plantensappen. Hierdoor ontstaat cosmetische schade. Bovendien groeien aangetaste planten minder goed. De meeste soorten dopluizen scheiden grote hoeveelheden honingdauw af. Honingdauw zorgt ervoor dat de planten erg "plakken". Bovendien kan in de honingdauw de roetdauw-schimmel gaan groeien, waardoor de bladeren zwart worden. Dopluizen hebben, in tegenstelling tot schildluizen, een schild dat met het lichaam vergroeid is. Het schild is dus niet van het insect af te lichten. Dopluizen kunnen op bladeren, (blad) stelen, stengel en stam voorkomen. Kleine stadia zijn lichtbruin tot groen/geel van kleur van vallen vaak nauwelijks op. Grote stadia kunnen er verschillend uitzien; afhankelijk van de soort zijn ze groen/bruin met zwarte vlekken tot (donker) bruin of zelfs zwart. Het beste effect geeft een bestrijding met imidacloprid (Admire), pirimicarb (Pirimor) heeft een goede werking onder glas en bij voldoende warmte. Buiten geeft dit middel vaak minder goede resultaten. Spirodiclofen (Envidor) is een nieuw middel. Veel ervaring is nog niet opgedaan met dit middel tegen de lange wollige dopluis.

Het is ook mogelijk om in de winter, als het gewas in winterrust is, de overgebleven dopluizen te bestrijden met teerzuren en mineralen oliën. Deze moeten krachtig en overvloedig worden verspoten. Dit kan het beste in december of januari worden gedaan bij vorstvrij, sneldrogend weer.

Lapsnuitkever/
Taxuskever
ziekte12
Deze kevers worden ook vaak taxuskevers genoemd en worden in woonkamers en kassen aangetroffen waar ze zich voeden met boven-grondse planten-delen.
Overdag houden de kevers zich schuil in de grond of onder stenen en planken.
's Nachts komen ze tevoorschijn om zich tegoed te doen aan de planten.
Nadat de eitjes zijn afgezet, komen ze na 3 weken uit, de larven voeden zich in eerste instantie met plantaardig afval, maar gaan na enkele dagen al over op het aanvreten van de plantenwortels
Zo ontstaat er schade aan de planten zowel bovengronds als ondergronds.
De meest effectieve bestrijding tegen de lapsnuitkever is het nazoeken van de (pot)grond op larven en zonodig de potgrond vervangen.
Daarnaast moet men de volwassen kevers consequent wegvangen. Dit kan men doen m.b.v plankjes op de grond leggen, waar de kevers overdag onder kruipen of potten met strooisel plaatsen bovenop de (pot)grond waar de kevers in gaan schuilen.
Vervolgens kan men in de loop van de dag de kevers verzamelen en vernietigen.
Een bestrijding met insecticide heeft weinig zin omdat de kevers tamelijk ongevoelig zijn voor bestrijdingsmiddelen door hun harde schild
In kassen en binnentuinen is een bestrijding tegen de lapsnuitkevers iets ingewikkelder, de grond afgraven en de kevers wegvangen is een zeer dure en tijdrovende klus.
Daarom wordt er in die situaties gebruik gemaakt van een aaltje "Heterorhabditis bacteriophora" dat in de grond leeft.
Dit aaltje dringt de larve binnen van de lapsnuitkever en verspreid een bacterie waaraan de larven doodgaan.
Rups (Groene)ziekte13   Wegvangen of dompel de gehele boom enige tijd onder water en de rupsen liggen te zwemmen in het water.  
Slakken
ziekte14
Het gevaarlijkst voor de tuinbezitter zijn de naaktslakken. Naaktslakken, maar ook huisjesslakken vreten aan groente, fruit en siergewassen. Ze hebben een voorkeur voor kiemplanten, jonge planten en gewassen met zachte, tere bladeren.
Duidelijke kenmerken van slakkenschade zijn de typische venster- en gatenvraat aan de bladeren, en de typische slijmsporen. Vochtig weer bevordert de slakkenactiviteit.
Van maart tot april kruipen de jonge nakomelingen uit de overwinterde eieren en beginnen direct met de vraat aan tuinplanten. In de zomer zijn de slakken uitgegroeid. Tussen augustus en september volgt de paring. Zes tot acht weken later leggen de slakken hun eieren, bij voorkeur in spleten in de grond.

Wegvangen !

De bestrijding van slakken is geen eenvoudige zaak. Denk je de plaag onder de knie te hebben, dan kunnen ze plotseling weer, en in grote aantallen, verschijnen. Voortdurende waakzaamheid is zonder meer geboden. Natuurlijke vijanden hebben slakken ook wel zoals de egel, kraaien en eksters. Waar die beesten zich echter ophouden en wanneer het hun behaagt om de tuin eens te ontdoen van die lastige slakken, is een vraag die zoveel tijd vergt om een antwoord op te bedenken, dat het aantal slakken zich in die tijd wel verdrievoudigd heeft.
Oppakken en via de vuilnisemmer afvoeren kan natuurlijk ook nog. De tuin- en veldslak kunnen worden geraapt of met een middeltje worden bestreden. Tegenwoordig zijn er goede (biologische) bestrijdingsmiddelen te koop.

Tegenwoordig zijn er goede (biologische) bestrijdingsmiddelen te koop. Het bijeenrapen kan wat versneld worden door een schotel of ondiepe pot met wat bier te vullen. Het gist in het bier lokt slakken naar 'de val' toe. Zolang het bier niet verslagen of verdund is door regenwater, werkt het redelijk goed. Eenvoudiger is het om een middel te strooien: dan heb je er geen omkijken meer naar en de slakken verdwijnen vanzelf. Die middelen zijn onschadelijk voor kat, hond en mens
Lieveheersbeestjeziekte15

Er leven in ons land maar liefst 70 soorten lieveheersbeestjes die zich vooral tegoed doen aan bladluizen. Een klein aantal soorten eet schildluizen, spint of meeldauw, en slechts 3 soorten doen zich tegoed aan bladgroen. Lieveheersbeestjes zijn daarom onmisbaar in onze tuin.

Lieveheersbeestjes houden niet van nette opgeruimde tuinen. Ze hebben een pak bladeren en takjes nodig als bescherming om de winter door te brengen. Daar zitten ze met grote kluiten bijeen. Zodra de zon in het voorjaar warm wordt komen ze massaal te voorschijn.

De meeste soorten lieveheersbeestjes voeden zich uitsluitend met bladluizen. Met rust laten dus !  
Sprinkhaanziekte16   Iedereen weet dat miljoenen sprinkhanen een complete oogst kunnen vernietigen. Of een enkele sprinkhaan tussen onze Bonsai's kwaad kan is derhalve onduidelijk.

Ik heb diverse 'kenners' aangeschreven en zodra ik een helder antwoord heb wordt dat hier weergegeven.

 
Maden
ziekte17
     
Larve
ziekte18
     
Emelten
(larven van langpootmug)ziekte19
Emelten zijn de larven van de langpootmug. Deze worden aangetrokken door de geur van rottende graswortels. De wijfjes leggen hun eieren graag in grasvelden die zijn aangetast door smeul. De emelten eten vervolgens de dode graswortels op maar knagen ook aan de gezonde worteldelen. Hierdoor raakt het gras los van de ondergrond en het sportveld is onbespeelbaar. Een plaag van emelten wordt voorkomen door regelmatig Biomentor te gebruiken. Biomentor verhoogt de ziektewerendheid van de grond. Schimmelziekten worden voorkomen. De kans op een aantasting door emelten is minimaal.  
Duizendpootziekte20 Duizendpoten hebben een groot aantal poten, maar beslist geen duizend. Ieder lichaamssegment draagt één paar poten; dit in tegenstelling tot bv. de miljoenpoten, waarbij elk segment voorzien is van twee paar poten.Duizendpoten vreten niet aan planten. Het zijn actieve rovers (predatoren) en voeden zich voornamelijk met insecten, kleine slakjes en wormpjes. De meest in en om gebouwen voorkomende duizendpoten behoren tot de familie Geophilidae. Om deze dieren kwijt te raken, dient in de eerste plaats de eventuele besmettingshaard, bv. in de vorm van een partij oude aardappelen o.i.d., te worden opgeruimd. Rottend organisch materiaal, bv. afgevallen bladeren, op platte daken of in dakgoten dient men eveneens te verwijderen. Omdat daarmee eventuele prooidieren verdwijnen, zullen ook de duizendpoten niet meer voorkomen. Voorts kan een talrijk optreden worden tegengegaan door de woning en vooral de vertrekken waar de duizendpoten veelvuldig voorkomen zo droog mogelijk te maken. Dit kan geschieden door te luchten bij zonnig, droog weer of door droog te stoken. Eventueel kunnen kieren waardoor de duizendpoten in bepaalde kamers komen, worden gedicht. Indien slechts zo nu en dan enkele exemplaren in de vertrekken worden gevonden is dit van geen enkel belang, zodat maatregelen in het geheel niet nodig zijn.
Pissebed
ziekte21

De pissebed is geen insect, maar een schaaldier zoals de garnalen! Het is het enige schaaldier dat niet in het water leeft. Maar je vind hem alleen op heel vochtige plekken: na enkele uren in een warme kamer, is hij helemaal uitgedroogd!

Hij leeft in vochtige kelders, bossen, tuinen, onder boomschors of stenen.

Pissebedden veroorzaken weinig schade aan planten in pot of tuinplanten. Is er wel schade, dan kan dit waargenomen worden aan afstervende plantendelen. De schade zal echter nooit groot zijn!
De natuurlijke vijand van pissebedden is de egel. Deze scharrelt ook bij uitstek in de avond en nacht z'n voedsel bij elkaar. Op een balkon zal echter geen egel kunnen komen, zodat bij grote overlast een andere manier van verdelgen nodig is. De meest eenvoudige manier is de beestjes te vangen. Snel een bloempot oplichten en met stoffer en blik de beestjes bijeenvegen. Dit wel later geregeld herhalen! Lukt dit niet voldoende dan kan een chemische bestrijding plaatsvinden met diazinon (merken zijn o.a. AA Fleur, Denka spray, Luxan, Kerex etc..

anoch03 Er zijn de afgelopen maanden zelfs boomkwekerijen geruimd dus genoeg reden om als bonsailiefhebber hier allert op te zijn.
Zie hier voor meer info.

Laatst aangepast (zondag, 21 februari 2010 22:56)